Willen oefenen en een piano voor je hebben zijn twee verschillende problemen. Misschien bezit je er nog geen. Misschien wel, maar staat hij in een kamer waar je om 23.00 uur geen lawaai kunt maken, of zit je in de trein, of kijkt het gezin er pal naast tv. De oefening die je daadwerkelijk doet, is de oefening die in je echte leven past, en een telefoon past bijna overal.
Dus hier is waar je echt aan kunt werken zonder echte piano, en de stukken waar een scherm tekortschiet.
Waar een telefoon goed in is
Drie dingen, en het zijn toevallig de drie die het meest tellen wanneer je begint.
Het eerste is weten waar de noten wonen. Spelen op een schermtoetsenbord bouwt dezelfde mentale kaart als een echt toetsenbord: welke kant is omhoog, waar de zwarte toetsen samenklonteren, hoe ver je hand moet springen. Het is niet hetzelfde als gewogen toetsen onder je vingers, maar de geografie draagt over.
Het tweede is ritme en timing, en hier blinkt een telefoon echt uit. Een modus met vallende noten zoals Piano Game traint je om noten op tijd te raken. Vertraag een nummer terwijl je de beweging leert, en versnel het weer zodra je handen de weg kennen.

Het derde is je gehoor. Zoeken naar een melodie die je neuriet, of horen of een akkoord vrolijk of verdrietig klinkt, vergt geen speciale hardware. Het gehoor is het ding waarvan de meeste zelflerende spelers wensen dat ze het eerder hadden opgebouwd, en een telefoon is daar prima voor. Er is meer over deze aanpak in hoe je piano speelt zonder bladmuziek te lezen.
