Een pianotoetsenbord om vrij op te spelen is een volledig toetsenbord met niets erbovenop: geen vallende noten, geen nummer om bij te benen, geen score die je vertelt dat je te laat was. Je drukt op toetsen, je hoort noten. Dat is de hele functie, en het is degene die mensen overslaan.
Die leegte is het punt. Een nummer volgen leert je handen een pad dat iemand anders heeft uitgestippeld. Een leeg toetsenbord is waar je je eigen pad gaat uitleggen.
Waarom "gewoon wat aanrommelen" eigenlijk componeren is
Elk nummer dat je ooit leuk vond, begon als iemand die wat aanrommelde. Ze vonden een paar noten die goed samenklonken, speelden ze nog eens, en bouwden van daaruit verder. Er is geen geheime eerste stap met theorie erin. De theorie is een manier om achteraf uit te leggen wat al goed klonk.
De snelste manier om muziek te gaan schrijven is dus om de inzet te verlagen tot er geen meer is. Ga aan een leeg toetsenbord zitten en speel vijf minuten lang expres slecht. Ergens daarin raak je twee of drie noten die je doen stoppen. Dat is het zaadje.
Een instap van vijf minuten
Wil je iets concreets om te proberen, en zit je nu achter een computer, dan kun je dit allemaal doen op onze gratis online piano voordat je iets installeert — de lettertoetsen spelen de noten.
Speel drie of vier noten dicht bij het midden van het toetsenbord, langzaam, in een klein patroon. Herhaal het tot je hand het onthoudt. Houd het expres simpel: twee of drie notenlengtes, kleine stappen tussen de noten.
Houd nu één lage noot met je linkerhand eronder vast. Die ene noot doet het werk van een heel akkoord, en opeens klinkt het patroon als een stuk van iets.
Verander één noot in je rechterhandpatroon en luister wat het doet. Dat is het. Dat is schrijven. Je maakt keuzes over wat goed klinkt, en dat is de hele taak.
De truc is om op te nemen terwijl je dit doet, want goede toevalstreffers verdwijnen in seconden. Speel het terug en je gaat door. Doe je dat niet, dan ben je tegen het avondeten het beste stuk vergeten.
Hoe drie noten een echte frase worden
Wat je net speelde, heeft een naam. Arnold Schoenberg noemt het het motief, en in Fundamentals of Musical Composition behandelt hij het als de kiem van het stuk: het kleine figuurtje waar al het latere uit groeit. Zijn advies om het simpel te houden is geen toegeving aan beginners. Hij wijst erop dat de Vijfde van Beethoven grotendeels op een herhaalde noot is gebouwd, en dat een grondmotief met te veel verschillende ritmes en intervallen erin geperst moeilijker te ontwikkelen is, niet makkelijker.
Wat je daarna doet, is het deel dat de meeste mensen in beide richtingen fout doen. Speel het figuurtje eindeloos ongewijzigd en het verandert binnen een seconde of twintig in behang. Verander er alles aan en de luisteraar hoort helemaal niet meer hetzelfde stuk. Schoenbergs antwoord, dat hij ontwikkelende variatie noemt, zit daartussenin: herhaal het figuurtje, maar verander er elke keer één minder belangrijk ding aan en houd vast aan de delen die zijn identiteit dragen.
In de praktijk betekent dat, voor een beginner aan een leeg toetsenbord:
Houd het ritme vast en verplaats de noten. Speel je figuurtje precies als eerst, maar begin een toets hoger. Dezelfde vorm, nieuwe plek, nog steeds duidelijk hetzelfde idee.
Houd de noten vast en verander één lengte. Houd de tweede noot twee keer zo lang aan. Het figuurtje leunt opeens ergens naartoe.
Verander de noot eronder. Laat de rechterhand met rust en verplaats je basnoot in de linkerhand een paar toetsen omlaag. Dezelfde drie noten betekenen nu iets anders, omdat de harmonie eronder veranderde.
Het ritme is het anker. Schoenbergs regel is dat het behouden van ritmische kenmerken de meest effectieve manier is om een stuk samenhangend te houden, dus wanneer een variatie niet meer verwant klinkt aan wat eraan voorafging, is het ritme meestal het ding dat je hebt laten vallen. Zet het terug en de verbinding komt terug.
Doe dat vier of vijf keer en je hebt niet zomaar wat aangerommeld. Je hebt een frase, gebouwd zoals frases echt gebouwd worden.
